Naar het menu

/// Geen kinderalimentatie na wangedrag meerderjarig kind?

15-02-2012

De lotsverbondenheid die ontstaat tussen partijen tijdens een huwelijk of geregistreerd partnerschap brengt met zich mee dat de partners ook na het eindigen van het huwelijk of geregistreerd partnerschap een financieel beroep op elkaar kunnen doen. Het komt echter voor dat een van de partners zich dusdanig gedraagt dat van de andere partij niet langer gevergd kan worden dat hij of zij nog alimentatie aan de ander betaald. Dit geldt niet alleen voor partneralimentatie, maar ook voor kinderalimentatie.

Wanneer een kind minderjarig is, is de onderhoudsplichtige ouder verplicht een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, ongeacht zijn gedrag. Artikel 1:395a van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ouders ook verplicht zijn te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van 21 jaren niet hebben bereikt. Voor meerderjarige kinderen geldt echter dat, wanneer er geen sprake meer is van lotsverbondenheid tussen de ouder en het kind, de rechter de alimentatie kan stopzetten of matigen, bijvoorbeeld wegens wangedrag van het kind.

De rechtbank Groningen heeft op 24 januari 2012 een uitspraak gedaan in een dergelijke procedure. Het ging in deze zaak om een jongmeerderjarige die aan zijn vader een verhoging verzocht van de kinderalimentatie wegens toenemende kosten voor zijn levensonderhoud en studie. Vader voerde hiertegen verweer nu er volgens hem geen sprake was van lotsverbondenheid, omdat zijn zoon geen contact meer met hem wilde.

De rechtbank ging niet mee in het verweer van de vader, nu de verstoorde relatie tussen de vader en zijn zoon het gevolg was geweest van de heftige juridische strijd rond de echtscheiding van zijn beide ouders. De zoon had voor zijn moeder gekozen destijds, hetgeen zijn vader hem nog steeds kwalijk nam. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding de alimentatie op nihil te stellen, het gedrag van de zoon was niet dusdanig grievend dat daarmee de lotsverbondenheid met zijn vader werd doorbroken. Zoals blijkt uit deze uitspraak is niet op voorhand aan te geven wanneer de lotsverbondenheid tussen ouders en hun (meerderjarig) kind is verbroken en de alimentatie gematigd dan wel op nihil gesteld kan worden, dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.